Rika heen. Deze slot-hoofdstukjes zijn psychologisch één mislukking. Ook Rika in 't rijke huis aankomend is van een humor, die ver beneden het typeer-talent van mevrouw Van Gogh blijft, 'n Zoo Dickensachtige familie-grappigheid moet heel wat luchtiger, fijner, lichter van zeden-satire geschreven kunnen worden. Ook zijn er kapitale fouten in de onwetenheids-houding van Rika tegenover de familie. Telkens trouwens als Rika geschetst wordt in contact met de familie Staffel-man, komt er een zonderlinge slapte in den stijl en de zinswendingen. De meest mislukte taal staat juist in deze gedeelten. O, als eens niéts van deze familiegroep in 't boek gestaan had! Als mevrouw Van Gogh,— nu toch eenmaal de lijn van Rika's tragischen ondergang door haar fantastisch scheppings-verlangen gespannen was, — eens de motieven van dien ondergang in de vreeselijke hartstocht-woelingen van Rika zélve gezocht had, hoe veel enormer zou deze vrouw-schepping geworden zijn. Alle motieven voor haar hevige, maar geschokte en gebroken menschelijkheid waren aanwezig; waarom nu de levens-vernietiging van Rika door zulk een uiterlijk ding, aanraking met haar verliefde-righeid op 'n meneer, tot stand gebracht. Hoe hopeloos goedkoop en hoe dertig-cents-bazarig is die tragiek! Hoeveel dieper en schooner zou de dramatiek vervloeid zijn in de psychologie van Rika, als ze alléén door haar zélve was ten onder gegaan. Nergens raakt het slot-tragiekje de fijnheid en schoonheid van Rika's uitbeelding, als deze buiten contact der Staffelman-netjes gegeven is.
179