getypeerd, maar 't innerlijke van haar wezen niet goed doordrongen. Jan, als bijfiguur, doet niets en Stien, de idiote, is heelemaal geweest waarneem-object, voor de dramatische versombering als levensdreiging er in opgenomen, zonder psychologische verdieping van haar ellende. Tragisch decoratief, meer niet. Eigenaardig hoe weinig schrijvers in staat blijken in een episch-bedoeld boek meer dan één persoon leven te geven. Mevrouw Van Gogh heeft al haar dramatische en psychologische kracht moeten geven aan Rika. De kracht om ook de anderen te laten leven, van eigen innerlijk uit, miste ze volkomen. Daarom is dit werk klein-episch gebleven. Zoolang echter de bijfiguren om Rika heenleefden heeft ze nog 'n beetje levende typeering bereikt als in Vrouw Wij zei. Maar de invlechting der familie Staflelman's lotgevallen is, conceptioneel beschouwd, een ware ramp voor dit boek geweest.
O mevrouw! had toch nooit, nooit dit groepje deftige menschen in 't boek gebracht, 't Zijn wassen poppen, 't zijn zeemleeren schepsels, 't zijn harkerige karikaturen. — Ook het verleidingsproces op zichzelf. Hoe dufj es-conventioneel. En dan nog wel, blijkens den opzet, nuchter en met architecturale overwegingen zoo aangebracht, dat de bouw van den roman er door verklaard moest worden. Die meneer Henri met z'n boerenmeid-verleiding stond in de scheppende fantasie der schrijfster al bij voorbaat klaar. Rika moest ten onder, moest zich zelf-moorden. Maar die zelfmoord is volkomen valsch, past in niets aan op de diepe
12
177