pot met tulpen. Die komt ze nu in diepe, stille ontroering de schooljuffrouw brengen. Verrast neemt deze den pot aan. Eika is heelemaal overstuur van aandoenings-geluk. Ze kan niet stil zitten. Ze wordt vermaand, krijgt nog 'n uitbrander, eindelijk straf. Bovendien wil de juffrouw van ondeugende kinderen geen bloempotten hebben. De innige ontroeringen, en de opborrelende dankbaarheid van haar kinderzieltje worden volkomen misverstaan. Ze smeekt juffrouw den bloempot te houden. Juffrouw koppig, straf, wil niet. Nu volgen smart-en-woede-uitbarsting van Rika. Deze pagina's zijn magnifiek doorvoeld en ook meesterlijk geschreven. Ik zal ze niet licht vergeten. Hier, in dit fragmentje, zingt de stem van het leven achter iéder woord. Dat is pas psychologie-in-plastiek waarop ik éven doelde bij de bespreking van Robbers' bundel Van Stilte en Stemming, werk dat beslist middelmatig wordt naast zoo'n superieur brokje literatuur en levens-verbeelding. En hoe eenvoudig is dé,t uitinkj e niet, maar hoe mooi doorinnigd van mevrouw Van Gogh's temperament en toch volkomen geobjectiveerd in de aandoening. Door zulke fragmentjes kan zij zich meten met de meesten onzergoederealisten,ookmetdez.g. »beste schrijvers van heden," al zijn deze voorzien van een door Kloos geteekend grappig-kloek brevet-van-bevoegdheid.
Als compositie is het boek Rika zeer zwak: Rika's moeder zien we 't huis invallen met 'n kindje. Haar tragiek is schetsmatig gegeven en haar ondergang oppervlakkig verwerkt. Vrouw Wijzei is wel goed
176