Men begrijpt wel 't verband, maar hoe wrak zit de boel ineen. Ook heeft mevrouw Van Gogh woordkoppelingen gemaakt als »fluister-zei" en »schreeuw-riep ze", die bepaald zeer leelijk zijn. Als men roept, schreeuwt men allicht. Losgeschakeld uit het impressionistisch zinsverband »schreeuw-schreeuwde« ze eigenlijk. Er zijn tallooze van dergelijke woordkoppelingen die, als niet oorspronkelijk aangewende stijltrucjes, vaak vertroebelen wat juist bedoeld was als verscherping van visie door verhoogde impressionistische woordtechniek. Maar in het algemeen is de taal van mevrouw Yan Gogh zeer versterkt en diep van kleur in bijna ieder harer zinnen, in vergelijking met 't doode en kleurlooze proza van weleer. Zelfs is hier en daar een rhythmische golving en muzikale klankrijkheid, die al heel sterk contrasteert met 't stijl-dorre, thema-achtige proza van haar vroegere boeken. Er is een gloed in de met fijne haaltjes en streekjes doorgewerkte parafraseering, die dadelijk het nieuwe leven van haar stijl aankondigt. Zeker zal daarin nog véél meer persoonlijks moeten komen, maar nü is er hoop!
Hoe innig mooi, heel fijn en van bijna streelende teederheid is niet het scènetje met den bloempot. Hierin ziet men hoe prachtig mevrouw Van Gogh kinderleven voelt. Rika wordt door een schooljuffrouw even lief behandeld na 'n ongesteldheid. Het kind is er diep door getroffen. Ze wil haar dankbaarheid toonen. Nu steelt ze van huis, terwijl ze vooruit weet dat ze daarvoor afgeranseld zal worden, een mooien
175