Ik kan me voorstellen dat een massa menschen haar boek nu heelemaal niets boeiend vinden. Natuurlijk: 'n bruidsweekje van Annie de Boogh b.v. of »Lijntjes van Geleidelijkheid" zijn heel wat »boeiender«; maar ik zeg u, 't is zooveel maal echter, dieper doorleefde en doorvoelde realiteit, zonder romantiekerigen poespas, dat brok landleven van Rika, zoo innig verrijkt met de mooie en hooge en zuivere fijnheid van mevrouw Van Gogh's ziel.
Ik zou de fouten, de heel groote fouten van dit boek, zeer kunnen uitmeten, maar niet in 'n kroniek. Nu geef ik maar hier en daar wat aan.
Allereerst is de dialoog op de meeste plaatsen niet diep verindividualiseerd. Over het geheel der perioden, in betrekking tot de auto-psychologie uitgehakkeld in den denkstijl van 't individu zelf — een op zich zelf onoorspronkelijk procédé, — gaat wel 'n echt accent van plattelands-spraak, maar in die spreekwijze zijn weer geen individueele verschillen aangebracht, kenmerkend voor ieder apart figuur uit de omgeving. Het gespreek van Jan lijkt precies op 't gespreek van vrouw Wyzel. Vrouw Wyzel spreekt weer als Rika, Rika als lui uit de buurt. Dat is 'n eigenaardige fout, zeer diep wortelend in de zwakke mensch-groepeering. Ik wil in den dialoog niet alleen het patois, de gemeenschappelijke taal der streek hooren, maar, schoon allemaal het gemeenschappelijk idioom gebruikend, den eigen zegtrant van ieder figuur. Zulke superieure dialoog, die mede zoo prachtig 't innerlijk der uitgebeelde menschen verklaren kan, ontstaat niet door de correcte
172