afluistering van 'n reeks typische uitdrukkingen, maar verkrijgt men alleen door de aanbrenging van zeer fijne psychologische schakeeringen in het nascheppend gedachten- en gevoelsleven der beschreven menschen zei ven. Als Eikab.v. het woord »beschimmeld« gebruikt en vrouw Wyzel, dan moet in de onbewuste, maar geheel bij haar bizonderen aard aanpassende woord-groepeering dat typische woord: ik ben niet »beschimmeld«, een gansch andere plaats krijgen dan bij 'n zin van vrouw Wyzel en van Jan en van Stien enz. — Zoo krijgt de dialoogbouw alleen individueel karakter, verklaart hij zoo goed als psychologie en dramatische verwikkelingen, hoe de personen leven, voelen, denken, handelen. En die dialoog moet zoo superbe en zuiver-doorvoeld in één zins-karakter voortgroeien dat we, zonder nadere toevoeging of persoonlijke aanduiding, ook al wordt door twee of drie menschen hetzelfde woord en hetzelfde idioom gesproken, toch precies weten wie spreekt in dit geval ־. Rika of vrouw Wyzel, Jan of vrouw Sloot enz.
Dit is hier nergens 't geval. Ze spreken, eenmaal het dialect als gemeenschappelijk uitingsmiddel aangenomen, allen precies in één vorm, één gesprekken-kleur. Bovendien zijn in haar dialoog veel te veel gehoorde, verstandelijk overgenomen zin-zegsels, is er slechts zelden een uit eigen psychologisch inleven en meevoelen geschapen gesprekken-gang. Ik verlang in dialoog telkens en telkens een heel diep aanraken van de binnenste menschkern, de mensch-natuur in haar psychische complicaties. Of mevrouw Van Gogh de
173