zich aan hem. Wat later begint het meneer Henri te vervelen, ziet ie alleen de walgelijk-hartstochtelijke grove boerenmeid in haar. Zij ziet z'n omkeering, verdrinkt zich. — Tragisch slot.
Mag ik nog even zeggen dat men in een beknopte kroniek geen ontwikkeling van doorgevoerde denkbeelden, geen vergelijkingen en ontledingen, geen bewijsmateriaal noch kenschetsend citaat kan geven? In een afzonderlijk artikel over Rika zou men kunnen aantoonen, waarom zij als psychologische figuur, zoolang ze niet in contact wordt gebracht met de StafEel-mannetjes, doorgaans prachtig-doorleefd en echt is weergegeven. Mevrouw Yan Gogh heeft in de creatie van dit schepsel, overal waar het in boeren-omgeving blijft, voor het eerst iets gaafs, iets heelemaal-lèvends bereikt. Mevrouw Van Gogh verlangt geen vooze complimentjes en honigzoet mondsmeersel. Maar met Rika als psychologisch brok leven in 't milieu, behoort mevr. Van Gogh tot de werkelijk talentvolle vrouwen die iets schepp en kunnen. Haar boek heet Rika en dat kan geen toeval zijn. Wat öm Rika heen leeft is klein episch, is wel gepoogd groot te zien — want o! mevrouw Van Gogh wil zooveel met hartstocht — maar blijft toch klein, schetsmatig genrewerk zonder bizon-dere stijl-qualiteiten. Ook in de neven-figuren is heel weinig episch bereikt. Ze heeft nog niet de macht om meer dan één figuur te beheerschen, tot levende werkelijkheid naast de hoofdfiguren te maken. Rika heeft ze geschapen met de uiterste spanning van haar ge
170