Golgotha voor ieder bourgeois, iederen verfijnden ״wellusteling.
II.
Ik zal ze nooit vergeten, die avonden in den Chat-Noir, met al vrouwen, los en charmant, van een tartende, uitdagende zinnelijkheid en daar vrienden rondom, verloren in zang en gesprek, liefde-gemonkel en altijd vol geestdrift en idealiseering van iederen hartstocht en iedere smart. Dien eersten avond na den phantoom-brand van Parijs, hoorde ik voor 't eerst de straatzangers, de liedjes-weemoedigen, de snaaksche en hekelende wijsjes, van eenvoud en zangerigheid vol, droef en stil als een herfstneveling in bosch; klagelijk als mandoline-ballade, streelend als harp-melodietjes en lokkend, lokkend als fluit-toontjes. En vooral Montoya, met zijn lyriek en zijn weeke stem, zijn sentimenteele buien en zijn lancet-prikkerige satyre. En tusschen de silhouetten van Rivière weer zang; zang van de straatmeid en den souteneur, van de kroeg en het bordeel, van kansel en politiek leven, wrang, spottend, fel, schrijnend en toch zoo wee, zoo droef, zoo vol van echte menscheljjkheid.
Nooit is mij de angstige en duistere geheimzinnigheid van het misdadige en hoereerende leven zoo geopenbaard als in die simpele wijsjes. — Later kwam Bruant met eigen doorleefde verschrikkingen van het moord-straatroovers- en bende-leven der Parijsche misdadigerswereld, en ik dacht toen, nog
158