„In dit licht gezien, (wat nl. echte poëzie is en wat niet, Q.) zijn E n k e 1 e v e r z e n van Frederik van Eeden een der schoonste boeken die dit achttienjarig tijdvak onzer nieuwe letteren ons tot dusver gaf. Als stille witte bloemen, die, onzichtbaar ademend, hun heilig leven vieren, liggen deze verzen en leven voor altoos".
Kloos.
״Het is zeer jammer voor v. Eederi dat hij juist in een tijd moet leven, dat er waarlijk artisten zijn in zijn land, die kennis van geestesjuweelen hebben en bijna al het zijne als namaak en valsehherkennen".
„Daarop is het wonder gebeurd, dat auteurs van heel ander werk dan uw s c h ij n-baardiepzinnigeen schijnbaar weidsch psychisch en filosofisch zich vertakkende prullen, naar waarde en dus hooger dan gij werden geschat".
Van Eeden had in het leven werkelijk het betrekkelijk-ge-ëerde maatschappijlid behooren te zijn, dat hij op bladzijde 541 der November-aflevering beschrijft, want het is alleen door een v r e e s e 1 ij k e geestesziekte dat hij van zoo een verschilt. Het is door te knoeien in het gr o o te, dat hij zjjn leven heeft gemist, dat bestemd was normaal te zijn in het kleine".
Van Deyssel.
138