stemmend met de wanorde en weinige frisehheid die in het
nederig kamertje heerschte"...
dan voelt men onmiddellijk dat dit niet uit doorleefde ellende tot een impressie van smart-omgeving is saam-gegrepen, en begrijpt men ook waarom verhaalgang op zulke stijlgewrochten breken móet. En daaruit ontstaan allerlei breuken. Zie op pag. 129 de wijze waarop verteld wordt van Eené's en Madeleine's kindje. Altijd diezelfde naar de hoogte gestoken stijl-declamatie, waaruit wel telkens een drang naar fijne dichterlijkheid opstijgt, maar die dan ook zeer troebel nevelen blijft in de voorstelling en beelding der realiteit. Heele lieve en fijngevoelde dingetjes van baby-leven naast krulletjes en liflafjes van zoeterige sentimenteelerigheid en snoezerige honneponnerigheid, zinnetjes met fondant-geur en bonbonniere-tintjes. — Er gaat ook een jakkering van haastigheid door de verhaalmotieven. De introductie in het klooster, het thuis zijn in het dorpje aan de Rhóne, het naar Parijs-gaan, het weer thuis-zijn, het weer naar Parijs-gaan, drie soorten milieu's waar we telkens in en uitgesleurd worden, soms zonder eenige voorbereiding. ■— We hebben en we krijgen geen houvast. En aldoor maar die dichterlijke stijltrant, dat poëtisch intoneeren en galmend psychologiseeren.
IV.
Ik zei al, Eené in zijn gedachten-smart, zijn bekeering en uitstorting van opgekropten hartstocht en levensvolheid, is wel zeer subjectief, maar toch nog 't
128