best als wezen gegeven. In René heeft de schrijver eigen zielswee bezongen, en eigen hart opengereten. Maar ook hij is in geen vaste, saamhangende psychologische structuur gevat. Ook zijn innerlijk is verbrokkeld en verfragmentariseerd in de woord-deiningen van den auteur. Hij heeft te veel dichter willen zijn, en is daardoor gezakt naar het veel lagere plan van woordknutselig ontredderend-redeneerend declamator over Parijs, en over de ziel van René en Madeleine. Psychologie werkt in de diepte, kerft naar binnen. Maar Lauer liet eerst zijn chirurgische tangetjes en apparaten wat blinken en fonkel-schitteren in de zon, en zoo behaagziek dat hij vergat te opereeren.
In den stijl is er iets van Maurice Gruérin, van wien Sainte Beuve zooveel onjuiste dingen zei. Zelfs is er in de tegenstelling van landleven-elegie en Parijschen koortszwijmel iets diabolisch gesymboliseerd van Guérin's eigen Parijsche leven en zijn droeven ondergang in wereldschen jubeljool. — En zelfs het satanisch hoorngeblaas van den uitgehongerden aristocraat Barbey d' Aure-villy gaat in zwoel klankgezang door de dravende verbeeldings-jacht van Lauer. Maar dit alles kan toevallige analogie zijn en zelfs de drang naar het oud-romaneske van den geparfumeerden pen-heros Barbey en van Lauer behoeft niet onder een keurmerk afgestraft te worden.
En toch, toch moet ik het uitdrukkelijk zeggen, tusschenpathos-stuipjesenlyrischeliflafjes, doorvalsche hyperbool, declamatie voor psychologie, ideeën-lyriek voor saamgedrongen beeldrijkheid van karakter en
12
129