Het is een gedachte-dramatiek, een aangewende dramatische attitude. Ze »wrong haar handen, radeloos van smart«. »Daarop de wee-romantische-effect-mede-deeling, tevens vulgaire stemmings-suggestie: »'t bleef stil in het kamertje, waar anders zijn stem weerklonk«.
Bar, in een woord bar! Lauer, hebt ge niet onmiddellijk hiervan de valsche stemmingen, het droef-theatrale gevoeld ?
Op 136 precies zoo iets: »O God, zoo kermde hij
wezenloos«... ik moet gaan«____enz.
»Wezenloos kermen« is in deze situatie malligheid en de stijldeelen van iederen zin rammelen hier een cancan van een woeste melodramatische horlepijp af. De fout zit in de verhaal-onmacht van den schrijver. Dat compositie en verhaalbouw een integraal deel ook in de psychologie vormen schijnt in Lauer niet te zijn opgekomen. Zijn zucht tot mooizeggerij gaat zoo ver, dat hij er alles aan offert, dikwijls ook de eenvoudigste karakterteekening. Vandaar ook zijn buitengewoon onbedreven verhaal-verbindingen.
Als hij op zeer onfrissche en potsierlijk-rhetorische wijze Bené's armoe-interieurtje teekent:
0״ ze was armoedig, heel armoedig, hun kleine woning. Doch de liefde ademde er, en heur schitterende gestalt' deelde mede van haren luister aan het scham ele rondom. De wanden van het hoksken, licht groen geverfd en begroeseld door den stoffig en kwast des Tijds, hadden nooit de weelde van een behang gekend; zij gaven geheel door hare naaktheid een ongezellig, kil aanschijn, er voortreffelijk overeen-
127