grootschheid. Noch Londen noch Parijs maken grandiozer indruk dan Amsterdam, bij aankomst. O zeker, Parijs is de hoog-uitstralende Lichtstad met den mysterieusen glans van de parel bij avond. Parijs brengt de zwijmeling en de vernietiging van het persoonlijk bewustzijn. En Londen is de Metropolis; geeft de verpletterende macht van het aantal. Doch Amsterdam is geheel eenig, omdat zij het grootsche en het intieme bezit. Dat schept juist haar dubbel-karak-ter. Want hij die uit het warrelende gewoel van Kalverstraat, Leidschestraat, van Munt, Rem-brandtplein, Dam, Damrak, Haarlemmerstraat, Haarlemmerdijk, Nieuwendijk, naar de stilte wil, kan deze langs enkele kronkelende stegen en dwarsstraten van de binnenstad uit, naderen. En dit zonder een vlucht naar de buitenbuurten. In de stad zelve is de rust van het oude te vinden. Dat schenkt Amsterdam juist zulk een geheel eenige, wondere bekoring. De buitenwijken van Parijs zijn verlaten. In het hart van de stad zelf, is geen stilte. Doch de grachten en wallen van Amsterdam in haar blauwige lichtsluiers, met al haar schoon aan oude stoepen, rijk-sobere huizen, haar gebeeldhouwde poortjes, haar voor- en achtergevels, haar frontispicen en heel haar architectuur, zijn niet verlaten. Daar ademt een lévende stilte in een droomwereld; een zacht-ademende
179