die van Amstel en Y uittrekt over de grachten en de vaarten, welke iederen schilder schokt en ontroert, als hij althans ontvankelijk is voor het mysterie van schoone stadsgezichten. Amsterdam is de stad waar twee van haar geniaalste zonen, het grootste deel van hun roemrijk leven hebben doorgebracht: Rembrandt en Vondel. Om het vertoeven van deze twee visioenaire kunstenaars, binnen de vestwallen, moesten wij de stad al met een huiverend vereeren liefhebben. Want én Vondel én Rembrandt hebben het verrukkelijke Amsterdam gezien, zooals alleen zeer groote kunstenaars de ademende schoonheid van een halvemaanvormig-gebouwde stad, met ontroerde zinnen waarnemen. Zij tuimelden met heel hun vervoerde ziel en hun bewonderenden geest, bevend van verlangen-tot-beelden, in het landschap of in het stadsgezicht. Hoor den epischen aanvang van Vondel's verheerlijkenden zang, zelfs schoon, ondanks den rhetorischen galm:
Aen d'Aemstel en aen 't Y, daar doet zich
[heerlijck ope
Zij, die als Keyserin, de kroon draeght van Europe, Aemstelredam, die 't hooft verheft aen 's
[hemels as, En schiet op Plutoos borst haer wortels
[door 't moeras,
170