het broeische, hollandsche licht van de landouwen rondom. In de hooge hemelen bóven haar talrijke torens en spitsen en wentelende molens; boven haar gewelfde steenen bruggen en bogen, haar geveltoppen en huizendaken, is altijd-door-gaande, het onweergeefbaar-heerlijk spel van een atmospherisch licht-en-donker. De nevelachtige zilverigheid van de vochtig-violette zee, de ui-glanzige, weeke paarlmoerigheid van water en damp, doormengelen zich hoog boven haar in de wijdgespannen blauwe hemelen, met den zwaarderen gloed die afstraalt van weiden en polderen, in een verzadigende pracht van zonnegoud en vonkerig boomengroen. Amsterdam is óf paarsig-grijsgrauw onder de lage, geruchten-smorende sneeuwluchten en van een stemmige droomerig-heid, óf bij onstuimige buien, uit de matelooze zee aandrijvend op snelzeilende wolkenvloten, huiverig van wild-sombere verlichtingen; óf haar bak- en bergsteen, haar leien en roode daken doorkwinkeleeren haar van een heerlijke, blonde, lentedronkene vroolijkheid. Haar rivieren, haar wateren, haar grachten en bochtige singels verdampen voortdurend de zwaarte van den kleigrond en de smakkende aarde, en brengen een ijltonige, trillende mistigheid, een vochtige zil-verte over heel haar innige en schoone wezen heen. Geheel apart staat haar atmospherische tooverij,
169