koopvaardijschepen, van fluiten, advijsjachten en gansch de oorlogsvloot. Galjoten, barken en hooge zee-kasteelen drijven dobberend ten anker. Hier gestreken masten, daar ra's met opgebonden zeil---- De lucht is als blauw koraal,
helder en tintelend, en de geur van teer en touw en kruiderijen waait prikkelend uit over heel de rivier en langs de oevers.
De Koopstroom golft eindeloos; als een zee het violette verschiet, en de weerkaatsing van boegen, rompen en masten, brandend van helle zon---- In het klotsende water wiegelt en flonkert goudvuur als van lampetten. Van verre en van nabij zwellen slank, hoog en schuin, licht-slurpende witte zeilen, bronzen en roodglanzige zeilen en boegspriet-zeiltjes boven bruisend golvenschuim. In wilde slagorde masten, stengen, ra's en takelage dringen doormalkander en van den wal kruisen en zwenken over den machtigen Y-stroom, heen en weer, roei-galeien, ammunitie-sloepen, vlug-zwenkende fregatten en jachten.
Gij aanschouwt niets dan overschaduwde of in-zon-gloeiende kielen, opgetuigde twee- en driemasters, die scherp of breed laveeren, met wap-pervlaggen van de kruisstengen.
Plots ziet ge weer den geweldigen Vlootvoogd Michiel de Ruyter, — eens baandersjoch, — in den Vierdaagschen Zeeslag tegen de rondkoppen,
153