den Spiegel; met het heerlijke spel van al zijn aangezwollen, blanke zeilen, trillend en zwenkend op de kruivende golven. Hoor het windge-ruisch fluiterig gaan door want en getouwen; hoor het ophalen der affuit-luiken en het donderen van bronzen en ijzeren geschut. Zie, bij schrikkelijk gevecht, den heldhaftigen Vlootvoogd op de Campagne, de hooge galerij, het gelaat in vrome rust, alle ontroering verdringend, door roeper en met staf overal heen bevelen uitdeelend naar vlagofficieren, naar oogenschijn onkwetsbaar voor granaat en vuurbal____
V
De Y-kant, de Y-haven, heeft voor iederen Amsterdamschen jongen, zelfs uit de twintigste eeuw, nog een tooverachtige bekoring, als hij alleen al ijzerlucht ruikt van de ra-kettingen, en in zijn verbeelding roestglanzige ankerspillen, plompe koevoeten, doffe mokers en vlijme enterbijlen speurt, en wachters op de stengen hoort roepen het zangerige en ietwat weemoedige.... ahooi---- ahooi!____
Wij keeren terug tot de Y-haven, in de Gouden Eeuw, toen nog geen omwalmde viaducten dreunden onder stoomuitblazende rangeertreinen en zwaargeladen kolenwagens; toen nog geen rin-
150