eerste tolvrijheids-privilegie op de rivieren, door sluwen Floris V geschonken; ten tijde van de eerste Amstelredamsche of Zeedijksche visschers en van de roerigheid der vroegste Osdorpers en
Aalsmeerders____ tot aan Rembrandt's glorie,
tot de eeuw van Frederik Hendrik; tot aan de volle zeilen van De Ruyter's vlaggeschip ״De Zeven Provinciën". Oud-Amsterdam blijft grootsch, van het eerste uitwerpen der glinster-netten in Y en Amstel; van het eerste katrol-blok en heiblok, dat dreunde en daverde, tot de wijdluchtige macht van den Zeeuwschen held, tot zee-triumphen op Duinkerkers, op Algerijn-sche roofschepen en zeeschuimers, op Spaansche galjoenen en Fransche kapers; van Heer Gijs-brecht af, die nog temidden van ruige drassen, rietbosschen en veenmoeras, kiemend Amsterdam zag op worstelen; van het oudste klooster der Minderbroeders tot de gouden ״claeuwe" der kolveniers; van de Middeleeuwsche St.-Nicolaas-kerke, de z.g. Oude Kerk met haar later bijge-metselde ״ijzeren Kapel"____ (romantisch-historisch stadsgeheim boven een knekelhuis)____tot
het verschijnen van den Amsterdammer Gillis Valckenier, toen deze tegen de opgeschroefde Franschen en tegenover het opgeblazen gedoe van Lodewijk XIV midlerwijl uitkreet: ״Amsterdam moet zich aan de spits stellen____wij moeten
147