image brutale, ingénieuse ou terrible"____
Lees den Franschen argot-dichter Rectus, en
rillend, bevestigt ge Balzac's woord----
Onder de misdadigers splitst zich het argot overeenkomstig de „beroepen" welke zij als misdadigers uitoefenen. De jatters en meelukpeesers (zakkenrollers) gebruiken een andere terminologie, een andere spreekwijze, dan de tieijskrakers (brandkasten-forceerders). Alle „beroepen" spe-cialiseeren zich onder de misdadigers. Iedere branche heeft haar eigen gewroesem (makkers) of geweirim (vakkameraden). Een inbreker of insluiper verstaat het werk niet van een meeluk-peeser. Een beroover werkt met gansch andere techniek dan een chanteur of beroeps-stuprator. Een man die op pompertjes jacht maakt (kleine brandkasten) peest (arbeidt) anders dan een die de groote tieijs (brandkasten) te lijf gaat. Een snees (heeler, inkooper van gestolen goed) kan geen muntslaander worden (muntslaan): iemand op de slapen een slag geven zoodat er even bewusteloosheid op volgt, lang genoeg om het slachtoffer te berooven. Een oplichter en flesscher kan geen kienvijler en dief zijn. Kien is sleutel. En wat een kwartjesvinder en loene gokker (valsche speler) vermag, dat ligt gansch en al buiten het terrein van een aflegger (spion) of temeije-kneiser, (vrouwenbe-
135