loerder en africhter.) — De verschillende misda-digersvaklui verstaan elkaar nochtans volkomen. Een ratwelsch-klapper, zoo goed als een ״slang"-spuwer. Ze hebben allemaal toch een „mooie stoot" (een goeden slag geslagen) of een onrijpe val (verongelukte zaak). — Voor den bestudeerder en ont-leder van hun taal blijft er een hoogst-belang-wekkende arbeid over. — Hij begrijpt de psyche, de zielsgesteldheid van de misdadigers, en allerlei soorten van booswichten, ontaarden, psychopaten en wetschenners, door een grondige kennis van de misdadigerstaal, oneindig veel makkelijker. De misdadigers, met een oorspronkelijk gevoel voor den klank van het beeldende woord, (zoo spreken de Amerikaansche boeven b.v. van „Ideapot" voor hoofd; ons „knar"), leven hun verborgenste en geheimste gevoelens, hun gedachten en gewaarwordingen volkomen uit in hun taal. Ze durven er zich in geven, omdat zij zich achter de onverstaanbaarheid toch gedekt weten. Al is dan ook hun grammatica vaak niets anders dan een droeve en potsierlijke verminking van de organische taal, door een gansche gemeenschap gebruikt, even vaak hebben zij een volkomen eigen stempel op hun uitdrukkingen gelegd.
De menschelijke natuur openbaart zich in de dieventaal op een verborgen manier, doch de in-
136