het feit, dieventaal te spreken. Ik zal er enkele noemen. Zoo spreekt ook de medeburger, de onderwijzer, de nette kantoormeneer, van hom-melen, van tippelen. Een ״jas krijgen" is algemeen bekend. Ook ״boterbriefje". Verder zijn in het algemeen spraakgebruik opgenomen: brasser (lokduif); boks: broek; bikken: eten; bikker: smtil-ler; vreempie; vigeleeren; de vlakte; sjikker; sjachelen; een schuiver nemen; mannetjesputter; majem: water; lood: geld; louw: niets; lef: moedig; keet; kapsies; uitvisschen: uithooren; toet: gezicht; tof; tronie; spuit: paraplu; spullen: kleeren; watjekouw: klap; miskuiken; massel; maffie; loodpot; lel; leut; laveloos; kaairidders; Jan doedel; hortsik; fakier: uitzwendelaar.... enz.
De misdadigers zijn absoluut geen groote taalkundigen. Ze spreken meestal slecht en schrijven nog slechter. Ik spreek alleen van misdadigers uit de lagere volksklasse. Doch onder hen zijn enkele toonaangevers. Zij beschikken over een zeer oorspronkelijk beeldend en taalscheppend uitdrukkingsvermogen in de dieventaal. Ze sym-boliseeren in hun oorspronkelijke woorden, onbewust en bewust hun gevoels-aandoeningen en hun ervaringen.
Niemand minder dan de machtige romanschrijver Balzac was een groot bewonderaar van het argot: ״Chaque mot de ce language est une
134