(dievenvolk, souteneurs, beroovers, oplichters). Eén ervan kende ik zeer goed.
Dadelijk vroeg hij met overrompelende brutaliteit:
— Schok je een rondje?
Schokken wil zeggen betalen. Hier ״geven".
— Noppes, viel ik uit---- heb geen brass
(kleingeld).
Noppes is niets.
— Maak geen jen (gekheid).
— Schof je, zei ik (zwijg).
— Kom, 'n hassebassie of ik zeen je op je schie-baart ('n slok, of ik sla je op je gezicht).
Ik schoot vooruit en dreigde:
— Loenenaar of niet?
Loenenaar is: valsche, bedriegelijke kerel.
Toen wandelde hij met mij mee een kelderkroeg in.
Louis Couperus genoot van zijn levendige schimpkracht en zijn guitige taal.
Toch moest ik alles voor hem vertalen, want hij verstond van het overgroote deel geen woord.
Later hoort ge de woorden, de taal, de uitdrukkingen, als een gewone conversatie en hebt ge moeite om niet voortdurend argot te spreken. Een groot aantal argot-woorden worden reeds gebruikt door hoogst achtenswaardige menschen, zonder dat ze zich eigenlijk bewust zijn van
133