88 STUDIËN
worden, aan; bloemen vulden Kitty's kamers."
Ziedaar in-vulgaire schrijftrant. Niet slechts beeldloos en rhetorisch, ach jé, die stroomende, en ,,voortdurend" stroomende visite, die bloemen die Kitty's kamers ,,vulden," maar ook slap en banaal en vlak-leelijk.
Vlak er onder: Kitty straalde van een innig zacht geluk. Zoo „straalt" de heele Kitty nogal eens. Zoo schrijft mevr. Boudier ook:
„Lot was zichtbaar verlicht." Ging Lot dan telkens op de weegschaal staan? O! 't lijkt vitten, niet? Toch is dat onwaar.
Leugenachtig is zulk geschrijf dat zich geen rekenschap geeft van den klank en de woord-beduidenis; dat zoo maar den afgesleten dooden term gebruikt en neerpatst in een zin. „Ze lachte zonnig terug." Hoe honneponnig van dit zonnige menschje. „En nu zoo vlak bij hem, met die zachte innigheid leek het hem bijna vreemd van nooit gedroomde bekoring."
Wat 'n taal, wat 'n onmacht, wat 'n rhetorische onzin.
„Bernard was tot rust gekomen in deze natuur" .... „hem vervulde met een dankbare bewondering." Hoe leeg! Zinnen, zóó klaar om ingevuld te kunnen worden. „Hij lichtte heftig het hoofd, een straal van hoop doorbrekend in zijn moeië oogen." Is deze allegorie niet van een kostelijke metaphorische oorspronkelijkheid?