MOEDER 309
״Nergens uitschatering van licht," enz. is haar eigen visie, althans stijl-techniek weg. En hoe stuntelig zoo'n zinbouw: ״Ab hoorde ze niet: hij liep zeker stil, luisterend naar Gerard's praten, dat bijna nooit zweeg tot in zijn slaap." Stel je allereerst voor: praten dat nooit zwijgt. En dan den bouw!
Op pag. 242 komt een stukje over Beethoven, Bach, Chopin, dat gansch-en-al doorklankt is van een ander bekend geluid. Zelfs de woorden zijn van eenzelfde keus. En hoe geheel vallend uit den toon van Lucie's psychologie bovendien!
Dergelijke onvastigheid, structuurloosheid in de schrijfkunst verzwakt den indruk van haar werk jammerlijk. Dat is niet alleen critische ontstemdheid over het vormbegrip, maar raakt 't wezen van haar kunst.
Ge zult zeggen: Als met, of liever ondanks zekere stijlgebreken, toch zulk een goed boek werd geschreven als Moeder blijkt te zijn, wees dan tevreden, klaag niet over secundaire dingsigheden. Met uw verlof! Dit boek zou groote kunst hebben kunnen worden, als er evenredigheid en harmonie zou geweest zijn tusschen al de stijldeelen. Nu is het wel mooi om zijn dramatisch sentiment, maar door ineenvloeiïng van alle stijlelementen, had er een veel hoogere eenheid ontstaan. Nochtans, de uitbeelding der moederfiguur is onbe