MOEDER 307
Maar vooral de episode met Oldberg, een huurder, is zeer bijzonder gegeven.
Zij houdt van hem. Hij is weduwnaar, een knap, rustig ingenieur. Hij ook van haar. Zij hoopt in stilte op toenadering. Maar hij is schuw, aarzelt. Eindelijk zal 't moment, na-er-lang-omheen-draaien komen, maar ook dan verdruilt alles door zijn onvaste, aarzelende verschuwing. Deze episode is zeer mooi en zoo ontroerend ziels-zuiver. Dét vooral kan mevrouw Van Gogh zoo goed, dat geven van stille, diepe dingen tus-schen menschen. Dat kan ze zoo knap als de knapste, en veel meer doortrild van smart en weemoed.
Lees Hoofdstuk X en ge leeft in deze atmosfeer. Ook het einde van het boek is van een sombere troosteloosheid. Haar kinderen, grooter geworden., ze kent ze niet meer. Oldberg.... weg.... haar liefste jongen, die zich zelf het leven benam.... Het is om voor altijd te verzinken in de eenzaamste droefnis en nooit-stillende mijmerij. Stormwinden waren over haar heen geraasd.... nu nog hoort ze hoog geloei en gesuis en geritsel van vreemde geruchten die zij niet meer begrijpt en beseft.
Een ziekte ontsteekt haar ziel.... Ze zinkt weg uit het leven, geslagen door zijn luimen, die branden, kwellen of teisteren. Haar geest, omzwervens-moe, laat haar wegzinken uit al haar illusies.