304 STUDIËN
Haar zorg om boven de wisseling der neer-sleurende gebeurtenissen te blijven neemt met den dag toe. En telkens krijgt ze de felste bewijzen, dat haar kinderen zich in volst vertrouwen en diepste gemeenzaamheid niet meer geven.
Zij is ook niet meer de meelevende moeder. Er is geen tijd meer voor spel, gesprek, wandelingen, uitwisseling van gedachten. Ze groeien buiten haar aandacht öp. Zij moet zwoegen voor behoud van haar pension.
Zeer ontroerend is verteld van haar kamp tegen de dreiging der dingen, als twee kinderen van haar roodvonk krijgen en zwaar ziek worden. De gasten willen de kinderen het huis uit hebben. De familie en de dokter wil 't. Maar kloekmoedig en heroïsch, van smart verbolgen, weigert ze de kinderen weg te zien gaan. Zelf zwaar afgetobd, nerveus, opgejaagd door allerlei tegenstrijdige narigheden, wil ze toch vlak bij haar kinderen zijn, om ze bij te staan, zacht toe te spreken, te koesteren en innig te omdringen met zorgzaam-heidjes, die patiënten zoo goed doen; vooral op uren van benauwing en gekreun, als de schroeiende koorts ze nachtmerries voor 't bed stuurt.
Dit gedeelte van het boek is zeer dramatisch en met groot-menschelijke gevoels-innigheid uitgebeeld.
Ook goed is het drukke en dooreenwarrende levensgedoe der pensiongasten getypeerd.