296 STUDIËN
vaart en hevige stuwing zou te pletter werpen of vernietigen. Er zijn bloemkes, als argeloos gedachtenspel van een kuisch bruidje zoo flonk-rend en toch zoo fijntjes-getemperd van kleur. — Daar kan het hart van den lyricus mee dart'len, maar wil hij dreigend-groote, dramatisch-sombere dingen, dan ziet ge tijgers pootjes gevend voor u. Alles getemd en verkleind.
Onder onze dichters en dichteressen van heden is er niet één met episch-dramatisch en karakter-scheppend vermogen. — Het is alles lyrischdramatisch en geheel subjectief, alle ikheden en tafreelen uit één ontroerings-sfeer voortgebracht, het ziels-centrum van den schrijver. Het is gedramatiseerde zelf-ontroering, die zich met geen regel buiten de grenzen der scheppende ikheid vermag te bewegen. —
Misschien dat Scheltema ééns boven zijn lyriek, didactiek en symboliseerings-drang uitstijgt naar het drama dat karakters, menschen schept. — Maar de groote dramatiek van heden leeft—buiten het werk van Heijermans — uitsluitend in den roman. — Ook Frans Mijnssen in zijn fijnheid reken ik tot de literatuur.
Hoogst opmerkelijk dat ook in een zusterkunst, de muziek, de dramatiek het geweldigst tot uiting komt in twee componisten, die in eigenlijken schoolschen zin geen dramatische toon