MOEDER 295
handeling, der tafreel-verbinding, het tegelijkertij d-doen-leven van vele, verschillende personen in geheel uiteenliggende sferen van ontroering en gedachten-bestaan. Het koud zweet breekt hen uit als ze een levende dialoog moeten scheppen of een figuur in handeling, of gang in groepen moeten brengen. De behaagzucht van hun psychologisch vernuft voelt alleen koesterende veiligheid als de aangespannen geest, strak van waarnemingen der innerlijkheden, zachte peins-beweging mag maken door het leven héén hunner menschen, die zij geheel af-mediteeren. Wilt ge gang, handeling, dialoog, kruiswerking van woord en ontroering, dan voelen zij zich in een hinderlaag gelokt. Zij staan tot de dramatische karakter- en hartstochten-scheppende romanschrijvers, als de dramatische lyrici tot de objectiveerende, op spel rekenende dramaturgen.
Ze hebben wel dramatisch situatie-gevoel, d. w. z. besef van en de ontroering voor de tragiek der dingen, maar zij missen het allerbelangrijkste: mensch-scheppend vermogen. De dramatische lyrici doorleven de tragiek psychisch individueel en subjectief, in tegenstelling met den zuiveren dramaturg die haar doorleeft: psychisch-univer-seel en objectief. —
Dat hoort heel anders in.
Den grootsten hartstochten-drang moeten zij ondoorschouwd loslaten, wijl deze hen, in levens