294 STUDIËN
Goethe ten opzichte van dezen grooten dramaturg tot precies dezelfde conclusie is geraakt. Ook daarom verzet ik mij tegen het monopoliseeren van het begrip ״drama" in den engeren formeelen, in den schoolsch-aesthetischen zin.
Ik beweer niet mée met De Goncourt dat Balzac grooter was dan Shakespeare. Maar dat hij soms een even groot dramatisch perceptie- en mensch-scheppend vermogen had, en even fel-breede indringingskracht in de kronkelingen der men-schelijke hartstochten, staat ook voor mij onom-stootelijk vast. En zoo zijn er meer moderne romanschrijvers tegelijk groote dramaturgen gebleken.
Nu koestert ge wellicht de hachelijke idee dat voortaan iedere romanschrijver, die de uitwerking van tragische hartstochten beschrijft en karakter-innerlijk ontleedt, eigenlijk een dramaturg mag heeten. Ge wilt den slag waarnemen, maar dit zij u toch niet gegund. Ge zoudt terecht mogen vragen of ik mijn tramontane kwijt was. Want dit is heelemaal niet 't geval. Er zijn in ieder romanwerk onmiddellijke eigenschappen die aan-toonen, dat en waarom één romanschrijver de tragiek alleen langs psychologisch-analytischen weg, en een andere haar direct langs zuiver-dramatischen kant nadert. De door talent voorbeschikt psychologischen missen het vermogen der