292 STUDIËN
elkaar verschillende hartstochten, driften en verlangens. Het is een ver-eigening van telkens een ander leven; ten slotte gevend de complex en saamwerking van al die levens op elkaar.
Dit allerbelangrijkste van het drama is voor den episch-dramatischen romanschrijver een éven gewichtige, zoo niet nog gewichter factor. Het begrip, de formule, naar schoolsch-critische beduiding uitgelegd, moet ook geheel hernieuwd.
Door de ontzaglijke en grandioze volmaking van den modernen roman, waarin de diepst-dramatische ontroering uitgesproken is, moet vanzelf het begrip drama, in zijn schoolsch-aesthetische kenschetsing gewijzigd. Vroeger, toen de groote roman niet bestond, de roman die vooral ook hartstochten-tragiek zou geven, was het dialoog-drama alleen denkbaar voor het tooneel. Maar de negentiende eeuw met Flaubert, Balzac, Zola, Daudet, de Goncourt, heeft het groot-dramatische verplaatst naar den roman. Er is inderdaad, in persoons-verbeelding, in plastiek, psychologie, in hartstochten-botsing en onthulling der grondwerkingen dezer passies, geen grooter dramaticus dan Balzac.
Zie voor u zijn Le Père Goriot, zijn Vautrin. Zijn mensch-scheppend vermogen, zijn veel-zieligheid is vaak enorm. Hij denkt en voelt het leven van honderden ikheden uit, — van een