MOEDER 291
ziel grijpen, als hij de lyrische gevoels- en ontroe-rings-uitstorting mist? Hoe wil hij ons aandoeningen geven, als zijn proza klankbeweging ontbreekt die als muziek ons vangt, doorzingt?
Er wordt bar gesold met het woord en het begrip ״drama" in de kunst-critiek en de kunsttheorie. De Goncourt schrijft, in zijn achtste deel „Journal," ergens over Balzac, en noemt hem grooter dramatisch schepper dan Shakespeare. Hij voegt er bij: „Velen denken het, maar durven 't niet zeggen. Ik spreek 't uit." Hoe is 't mogelijk zal men uitroepen. En niet één gelukt drama schreef hij. Dan kan 't toch niet, want mijn handboeken-wijze beweert, dat een der essentieelste elementen van het drama de speelbaarheid, de vertooning is. Drama, niet waar, is handeling, dialoog en mimische plastiek. Drama is óók openbaring van karakter-innerlijkheden, en diepste ontleding der hartstocht-motieven die de menschen tot handelingen leiden? Maar eilieve, diezelfde handboeken-wijzen zullen u ook leeraren, dat de dramaturg allereerst moet beschikken over een veelzielige objectiviteit. Het drama eischt allereerst een objectief inleven van alle soorten ikheden. Het drama moet weerspiegeling zijn van het ontroeren, denken, optreden, voelen, spreken van geheel verschillende persoonlijkheden, in gang gezet door geheel onderling van