290 STUDIËN
alleen te schrijven door een auteur die zélf psycholoog, lyricus, schepper, denker, dramaticus, analysator, geleerde en wijsgeer is. Zonder al deze vereende, harmonisch doorwerkte eigenschappen krijgen we steeds weer dezelfde soort van morsdoode geleerdheidsproducten, dor, duf, onleesbaar, koud, temperamentloos, laag-cere-braal en z. g. objectief uit onmacht om subjectief en persoonlijk te kunnen zijn.
Juist wijl ze alle hoogere gevoelsoverbrenging van hun innerlijk missen, klampen zij zich vast aan de blootelijke conjunctie van z. g. exactheid en wetenschappelijkheid, in omzichtige eerzucht dringend naar de diepste verklaringskracht. Maar ze geven meestal aan exactheid niets beters en voornamers, en verder alles oneindig veel minder dan de scheppende kunstenaar, die gelijkelijk het studie-, wijsgeerig- en ontledend theorie-vermogen bezit. De gansche wijsbegeerte van Nietzsche is zoo prachtig levend en zoo stout-vitaal, juist door de groote uitstorting van zijn persoonlijkheid in alle uitingen, gevoelens en gedachten over kunst, philologie, moraal, wijsbegeerte, psychologie, geschiedenis. Hoe kan een wijsgeer één levende gedachte in ons treffen en aantrillen, als hij niet gelijker-wijs psycholoog is, waardoor we de fijne wendingen en uitvouwingen van zijn bedoelen kunnen volgen? Hoe wil een kunst-aestheet naar onze