VERZ. OPSTELLEN VAN VAN DEIJSSEL 283
meer; alles met de uitdrukkingskracht van een afgemeten casuïst. Hier enjambeeren niet woorden, maar gedachten. Het is een voortdurende overdracht en fijnere inplooiing van beschouwingen en begrippen in nóg fijnere beschouwingen en begrippen. Hier nergens het schelle flonkeren van opgewonden jubelwoorden. Over heel het woordweefsel een zilverige glans.
Deze beschouwingen over het leven zijn soms buitengewoon boeiend. Van Deyssel geeft hier een dialectische begrippen-vervlechting, die weer eens aantoont dat alleen de edelste kunstenaars-hersens ook de bijna onzegbare logische begripskoppelingen kunnen voortbrengen. Ook deze hoogere ethische gedachten-werkingen kunnen alleen door het taalregister van den kunstenaar beroerd worden. Van Deyssel is als systematisch begripswerker van een ontstellende springerigheid. Ge zoekt alle logiek! Zeker, van een lager denkplan. Maar werk u óp naar de mystische gevoels-begrippen en naar zijn hooggolvende zielsbeweging, en ge overziet van een prachtigen top, een wijd-wazig uitgespreiden levenshorizon. Dit zilverig-glanzende, zacht-wijze werk heeft het gebaar van een monnik; het is de zuivere stem in de stilte. Het heremiet-achtige in deze denk- en stelwijze toont u de peinzende afzonderingskracht van zijn, in hartstocht getemden geest. Deze ziel heeft het zingende stilte-gefluister