282 STUDIËN
bezien, zijn werk toch niet zoo groot is," enz. enz.
In deze opmerking van den scherpzinnigen Forster steekt psychologische ervarings-waarheid. Er zijn inderdaad vele menschen die tegen het bijna algemeen-bewonderde dadelijk een afgunstige vijandelijkheid plaatsen. Ze wilden zich niet laten „ringelooren" door het algemeen-gewaardeerde. Zij moeten er bóven uit,.... of er tegenover! Ze ,,willen" niet meedoen, omdat ze wat anders „willen" zeggen. Ze doen zoo.... om te verbluffen uit nijd, afgunst, woede, teleurstelling, voelend zelf op den achtergrond te geraken, of een weinig verschoven te worden. Krijgt ge dien indruk als ge Van Deyssel's critiek op Goethe leest? Geen oogenblik! Hij is de subjectieve, vrijmoedig-sprekende, nérgens de snerpende en wrange tonen voortbrengende nijdas.
Voor mijn gevoel zijn in dezen bundel het merkwaardigst de aphoristische stukken: „De weg naar het goede leven" (komiekerig genoemd: „ethisch-mystische varia!"). Ik besef waarom vele moderne en wereldsch-wijze menschen om deze soort van arbeid zullen schateren! Maar ik zeg u, volg nauwkeurig het fijne ingeweven figuur in dit gedachten-web. Ge zult zeer genieten van deze geestelijke subtiliteit. De uitingsvorm lijkt naïef, en de denk-thema's schijnen afgezaagd. Toch vergist ge u. Nergens het zachte weenen van een viool in het donker. Geen lyriek