284 STUDIËN
van een kloosteroord met vrome rust beluisterd. Hier en daar is het stug-teruggetrokken en van een mystieke gewaarwordings-verinnerlijking, die in een zonderlinge onbegrepenheid de meeste lezers ongeroerd zal laten. Want nooit zijn er moderner gedachten door ouderwetscher ganzenpen neergeschreven. Ze is bijna bedriegelijk, spotzuchtig-ernstig, deze ,,dandy"-mystiek. Ze zou kunnen afbrokkelen als een dialoog tusschen Thomas a Kempis en Ruysbroeck. Soms snijdt door den breeden vox-humana-zang een schelle spitsfluit. Maar wie zou er in de verschrompelde rozijn, met haar kreuken en plooitjes, de blauw-bewasemde druif vermoeden met haar gloedend dons? Toch is al dat gevouwde, gekreukte en ingeplooide verstandswerk der edelste zielsvrucht verwant. Het is zeldzaam zuiver van gedachten. En de diepe wijsheden staan gesteld als de prachtige vangtrechters van een mierenleeuw. Eer ge het weet, ligt ge te spartelen op den bodem.
Over ,,Allerlei aanteekeningen" is niet veel te zeggen. Van het Zola-oordeel repte ik al. Ik plaats er tegenover het geval van den beroemden Anatole France. Deze beschold en beschimpte Zola zijn leven lang. Plots treedt de bezinning in. Hij begint te erkennen en eindigt met een bevende vereering voor het „immense talent" van Zola; een vereering bijna zoo hevig en doorgloeid van vreugde, als van Vincent van Gogh voor Zola.