280 STUDIËN
en wegen, — waarin die prachtige zeventiende eeuw heeft bestaan, die Holland voorgoed van adel heeft gemaakt tusschen de landen, — Hol-landsche eeuw van de daad èn gedachte.
Hoe is het toch zoo gekomen! Zijn plaats op de aarde, zijn plaats te midden der andere rijken, had Holland voor den grooten handel voorbestemd. Het welslagen van dezen veroorzaakte rijkheid, macht, een latent, potentiëel bewustzijn van grootheid en kracht in het volk, dat in de edelste individuën actief werd en de geweldigste verschijnselen deed ontstaan. Maar de atmospheer, de schoonheid van het land, moet er ook aan toe hebben gedaan. (Niet heel fraai. Q.) Wie zal ooit weten met welke oogen de moeders van Rembrandt en De Ruyter — in hun eenvoud, bijna gelijk aan dien der dieren — de hemelen en de aarde van hun land hebben aanschouwd".... enz.
Men ervaart, — een mengsel van bijna deftigjournalistischen betoogtrant, ethnographische en
historische opmerkingen; aan het slot____ een
ziels-gevoel over Rembrandt's en De Ruyter's moeders; daarin éven heelemaal diep en wijd, Van Deyssel! Aardige opmerkingen geeft hij ook in het stuk: „Over impressionisme en architectuur."
Dan het tooneelspel in een bedrijf: „Wederzien." Hm, hm! De gruwelkamer van Eug. Sue kan u niet meer verbluffen, dan deze blauw-