266 STUDIËN
schimper en vertrapper van mensch-wormen. O! Ze was als een uitslaande brand, die vereering, fel in haar vlammengeruisch, haar gloedverwildering, haar laaiïng en zwelling.
Maar ze was schroeiend fanatiek deze vereering, schandelijk eenzijdig en van wrange vijandelijkheid, haat en minachting tegenover andere kunstuitingen, doorgiftigd. De vreugde was dronkenschap van woordopwinding geworden. En zooals storm huilt, giert en spot door takelage en want van omduisterde nachtschepen, zoo had de stem, de wilde, begeesterende, schreiend hartstochtelijke stem van den dichter en passiemensch Van Deyssel toén geklonken. Wat zich verbeel-dings-wezen noemde en hooghouder van geestelijke verschijnselen, voelde zekeren weerzin en verzet tegen deze eenzijdige verheerlijking. Stilaan is er luwte in de geestdrift gekoeld. Er werd gestreden, geschimpt, verdedigd...., het natura- ״ lisme was vandaag dood, morgen weer springlevend. Het kreeg zijn lijkbidders en zijn bezingers. Hier klonk een litanie, daar zong, weenend zacht en smachtend, een lyricus op zijn gebarsten guitaar.
Maar zij, die in hun éérste werk al blijken hadden gegeven even hartstochtelijk de lyrische, fantasmagorische tragiek van een Shelley te vereeren, naast, soms zelfs bóven de hartstochtentragiek en de epiek van Zola, zij keken toe,