verzamelde opstellen van van deijssel a)
Er is een vreemd gedruisch in onze letteren-wereld te beluisteren voor hen die, met fijn gehoor, zonderlinge tonen tusschen het al-dwarrelend stemmengeraas van het gansche leven kunnen opvangen. Ga ook, wat ik u bidden mag, even op dien top staan, en overzie het kronkelspoor van kleurige optochten en luidruchtige stoeten, waaruit, met zeer benijdbare gemoeds-weelde, strijdkreten en oorlogsmuziek opklinken. Overzie, tot aan den vagen horizon, het geflonker van blazoenen en het gewapper van vaandels. Deze zingende en opgewonden stoeten...., ze verwijzen ons snoodelijk ter dood, ons, uit- en af-gebloeiden! Hoor, hoor, de voetknechten in hun nederig habijt schimpen het wrangst en het luidst! Vloeken hun wrange monden niet achter den rug van hun heeren? Wat doen zij anders dan de opgedroogde modder kloppen uit het rood-damas-ten sleepkleed van hun jonkvrouwelijke gebiedster: de hooge ,,verbeeldings"-kunst?
Elfde Bundel.