Studiën, tweede bundel

Titel
Studiën, tweede bundel

Jaar
1916

Druk
1916

Overig
1ed 1916

Pagina's
314



DRIE BOEKEN VAN COUPERUS 245

en ״teertintige," en „dauwende" en „wazende." Iedere zin op zichzelf is een dooreensleping van onzuiver gezegde en geziene dingen en verbeeldingen. Met gezien, bedoel ik, innerlijk gezien. Want het uiterlijk ziet Couperus heel goed; heel buitengewoon. Ik geloof zelfs dat hij al zijn mythische en sferische verrukkingen wel persoonlijk ondergaat, maar hij kan er niets van verinnerlijken, niets van weergeven. Hij stoot zijn woorden op de dingen stuk, en denkt ze daarmee te doen ademen. Er leeft en woelt ontzaglijk veel in Couperus, maar hij laat zich door de zoet-pralige, valsch-poëtische luidruchtigheid van zijn lyriek, in zelf-bedwelmenden roes misleiden. Er is beschonken gekrijt, machteloos geschreeuw en gebral in zijn woord, ten slotte door een ver-nufts-soort van lagen schrijf-rang bijeen gebonden. Couperus mist alle concisie, diepte, concentratie in zijn verbeeldingen. Hij doorhit zijn stijl met een broeikaswarmte. Het zijn geforceerde groeisels van een trage voorstelling. Het levende aroom ontbreekt zijn taal. Wel heet kweeksel, wèl opgefokt, maar niet beroerd is dit spel door den levenden adem der groeiende dingen. De wind heeft er niet omheen gezongen; de regen is er niet doorheen gedruppeld; het zoutige, het ziltige, het licht en de schaduw zijn er van verwijderd gebleven. De geur van het leven heeft dit woordenspel niet aangeroerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.