240 STUDIËN
doet zijn stijl dan ook aan den Nietzsche-eisch. — Bijna alle beschrijvingsdeelen in Antieke Verhalen, — de goede, geestdriftige meneer Erens vergeve mij, — zijn horribele mislukkingen en meestal machteloos praalwerk. —
Uit Adonis het volgende:
״....zeker moest achter de goudme poorten van het verre Oosten Eos in haar gloeiende rozetuinen al bij handenvol de rozen hebben geplukt, die zij weldra zou strooien over hemelheirweg...."
Deze rhetorische plastiek is ons overbekend en mist het kleinste greintje oorspronkelijk-dichterlijk leven. Het is plakplaten-poëzie, waar 't laatste allegorische drupje honingsap uit weg-gelikt is door poëtisch-symbolische voorgangers.
„Maar niet bespeurde Afrodite dat weldra de nacht zou zijn omgewenteld. De liefde-rijke godin lag in allerdiepste rust verzonken, en in haar diepste rust welfde open glimlachend de dubbele boog van haar mond en parelden de tanden als dauw in een bloem."
Ge ruikt dit valsch-dichterlijke al op een afstand. De vernis-lucht. Beeldspraak met vernis 1 En toch hoe heerlijk, hoe verheven, hoe verethe-riseerd fantastisch van klaterpracht, niet te verwarren met klaterende pracht.
„Zij had, voor zij slapen zou, haar hoofd als op een hard kussen, dat haar dierbaar zou zijn, gelegd op de vierkante