238 STUDIËN
grond op een ontzaglijke kennis van alle levenstijdperken.
e. De atmosfeer der saamstrengeling, de hoogere dooreenmengeling van zinnelijke en geestelijke schoonheid, overheerscht door een alles-omvat-tenden scheppings-hartstocht, die den donkersten menschendrang en de lichtendste menschheidsidealen in één dramatische conceptie omgrepen houdt. —
Met deze ineengevloeide vermogens is de diepste vergeestelijking van zulke levensproblemen eerst te naderen. Het diepzinnige, het zelf-vormende, innerlijke gedachten-leven, het hoogste begripsvermogen ontbreekt Couperus juist het allermeest. Dergelijke geweldige onderwerpen moet hij bijna alléén klaarspelen met een uitsluitend zinnelijke fantasie, een wulpschen geest, zonder mystischen onderglans, en van een lijfelijk ge-waarwordings-proces ondersteunen, dat iedere physische reinheid van zelve de omgeving uitdrijft. — Uit deze ongebondenheid van zinnelijke verbeelding en lijflijke gewaarwording ontstaat juist, op de grens, de wankele en machtelooze taai-plastiek, die geen twéé woorden van geestelijken inhoud verbruikt of er is een physieke geur omheen-gehangen van zinnen en zenuwen, van benauwende zwoelte en z. g. verfijnde voluptueusheid. — Wat Adriaan van Oordt in zijn beschrijvingswerk in hooge mate bezat, — de ver-