232 STUDIËN
gekeurd en in een uitvoerige analyse de valschheid van dezen fantasmagorischen stijl aangetoond.
De zeer beminlijke Couperus bleef intusschen zeer beminlijk doorwerken; schreef met routine, met verveling, met drang en ondrang,.... maar schreef. En hij heeft goed gedaan. Zelfs zóó goed dat nu, na de periode van felle verguizing en smaad, weer een schijnt aan te breken van bewondering en verheerlijking. Het kan verkeeren. En hij zelf, die het leven niet veel hooger schat dan een kleurige grap — hij lacht mee met zijn figuur Autronius uit Antieke Verhalen, het is Couperus die daar luchtigjes-cynisch keuvelt in de Romein-sche menigte — hij lacht en monkelt het meest-beminlijkst, het ,,allercharmantst" om den liefsten superlatief van Couperus te gebruiken, — hij lacht om zijn critische profeten, om zijn bedillers, om zijn lofbezingers en afmakers,.... hij lacht....
lacht____zacht en hinnekend, hel en klingelend....
het leven is toch maar een kleurig grapje!____
Snavelstoot of omhelzing, het is alles eenderlei. —
Nu sta ik plotseling voor drie groote boeken van Couperus. En zooals Couperus lacht in zijn stille kamer, zoo lach ik nu voor mijn stille werktafel. Drie zulke boeken in één jaar! Drie klaar, en drie weer bijna gereed! Haha! die oolij-kert, die guit! die zwemmende lyricus! Een kleurige grap!.... het heele leven I