drie boeken van couperusl)
Het is een onbeminlijke arbeid over Couperus te moeten schrijven. Persoonlijk ken ik geen innemender en minder literair-protserig auteur dan Couperus. Zijn wezen is doordrenkt van een fijne beschaving en een ons-omgeurende wellevendheid. Een spitsvingerig intellect dat teeder de levensdingen bepluist, en een gedempte stem waarmee hij zijn ziels-avonturen vertelt. Hij kan zoo charmant op eigen wezen en gaven neerzien, en met zoo fijne objectieve kenschetsing eigen hoogdoenerij leukjes spot-scherp doorpriemen met stekelige, toch van zekere weemoedigheid omfloerste, ironie. Een eigenschap die hem nog innemender maakt. Hij heeft zulke misleidende en verlokkende schrijvers-vermogens, dat zelfs de stugste rigorist van hem moet houden. Couperus ademt te midden van een zinnelijke woordvertroeteling die op den persoon overslaat en bij
x) ״Antieke Verhalen."
״Van en over mijzelf en anderen."
״ Korte Arabesken."