212 STUDIËN
dat marmerkoud laten; o, gij smalende heeren critici bij liquidatie,.... koud, wijl hij zoo be-teekenloos is als.... schrijver. Maar gij koost
en snatert u dik en blaast u op.... over____
zijn onbeduidendheid.... Als het vijfde rad aan den wagen wordt hij omgerold. — Is er allicht nog een andere oorzaak? Uit bangelijkheid, dat ,,men" toch gelooft aan zijn beteekenis. En dat wilt gij allen, pen-ridders, voorkomen! Wat 'n leeuwen! Ge wilt onthullen de leugenachtigheid van zijn opgeblazen, valsch-weidsche, weeë, mystiek-sluwe, preekerige kunstenaarsvertooning. — Ontroerend, waarlijk ontroerend, die liefde voor het leekenpubliek, maar tegelijk ook heel koddig en ónpsychologisch. Want ziet ge niet zelf het treurige sukkeldrafje van uw hinkende paarden in de achterhoede? Een van twee: óf Van Eeden beteekent veel en draagt zijn ,,ijdelheid" mee als ieder ander kunstenaar, óf hij beteekent niets en grijpt naar zijn ,,ijdelheid" als een loos bluf je. Maar dan behoeft hij ook niet met die felle, grievende smaadtermen te worden afgestriemd. Want iedere nul vervoost wel. Er is zoo'n holte in de nul, en zij kan zoo weelderig-ruim in zich zelf verdrinken.
Ge kunt hem dus éénmaal platdrukken, maar een zoo onthersenden leegkop altijd maar weer doodknuppelen of doodkietelen met spot,.... aio meneertjes, dat doet men toch niet aan iemand die.... zóó weinig beteekent.