OVER FREDERIK VAN EEDEN 201
die zelfs hun kop tegen het uitspansel stooten, en die kribbig zich de kin bejeuken, bij het nietigste zegentje van hun tegenstander. Van Eeden dit,.... Van Eeden dat.... malle pedant, gekke briefjesschrijver, .... leeggekookt bombasticus, pervers barrevoetsganger!! Goed, braaf.... Maar er is toch ook een Van Eeden die zulke boeken schrijft:
״....Om tot mijn eigen onderwerp te komen, — een geweldig geestelijke kracht inderdaad heeft Van Eeden moeten hebben en toonen, om een onderwerp als hier het zijne is, de geschiedenis van een vaak wel abnormale vrouw, te maken tot zoo'n wonder als dit boek is geworden van fijn te proeven, Hollandsche kunst. De zinnen vloeien er als vlotte beekjes, als luchtig voortglijdende klare golfjes, wijl men in elk haast een schoonheid ziet, een kleurige glans afglinsterende er over geworpen door de zon der ziel.... Een delicaat brok ziel.... hij is volkomen geslaagd in wat hij wou geven; een accuraat geobserveerd geval, gebootst in uniek, in zacht-sterk Hollandsch, door een alles zooveel mogelijk objectief aanschouwend kunstenaar, gelijk er weinigen zijn."
Het oordeel zelf, ik bedoel de waarde-bepaling, laat ik in 't midden. Maar wilt ge weten wie dat schreef, zoo volop bewonderend? Willem Kloos, de grrroote Willem Kloos, dien ge immers overal bij aanhaalt. Kloos, K-l-o-o-s!
Of verliest de heer Kloos plots al zijn onderscheiding, gezag en keurende beteekenis als hij over Van Eeden schrijft? Wordt het dan ineens subjectieve kletskouserij? Nu aarzelen even de