200 STUDIËN
vele prozateurs en poeëten met hikkingen en maagzuur. Neen stellig, Van Eeden gaf ons nog nimmer een kunstwerk van de objectief-dramatische verbeelding en mensch-ziening. Van Eeden blijft in al zijn uitingen: roman, tooneelspel, vers, treurspel,.... een geheel subjectieve natuur, met soms sterk-symboliseerende macht, en ook zijn woordkunst blijft altijd subjectief en lyrisch van beweging. Maar dat men ook in deze subjectieve lyriek en in schijn naar het objectief-dramatiseerende toeneigende, — in deze lyrische uitingen heel groot kan zijn, bewijzen Shelley, Goethe, Byron.
Van Eeden wordt, om zijn kunst, door lieden aangeblaft, die alleen zijn broekspijpen vermogen te zien, zoo lilliputtig krioelen ze rond z'n voeten. Het wemelt om hem van aanvallers en knokkers, en al dat journalistiek grut stapelt zich om en door en op elkaar en kruipt z'n ooren in. Ze verklagen weemoedige romancetjes van smerte; of ze jouwen en gonzen dooreen. Ze hangen den gebraden haan uit, en pochen dat 't knalt over hün aesthetisch geweten. Op eenerlei wijze zullen zekere eigenschappen in Van Eeden daar wel aanleiding toe geven. Maar ook is het Van Eeden-afmaken een soort literair sportje en modetje geworden, zoo goed als ophemeling 'n goor modetje en een kliek-opsnijderij kan wezen. Er zijn er