OVER FREDERIK VAN EEDEN 199
beeldende verhaal, de epiek met haar objectieve woordkunst, en naturen die, de vermenging van de objectief-epische woordkunst met de lyrisch-subjectieve in hun uiting tot stand brengen, en daarmee eerst den dramatischen vorm van binnen uit scheppen. Actie van karakters en menschen, doormengd met hun eigen ontroeringen en voelingen, toch in verhaaltrant weergegeven, dat is het werk van den epischen dramaticus.
Neen, dat scheppings-vermogen bezit Van Eeden niet, al doet en deed hij somwijlen pompeuzerig-dramatisch in zijn arbeid, en Goethe-achtig-zinnebeeldig en Shelley-achtig lyrisch-tragisch, als in zijn De Broeders en meer. Precies zoo in zijn wijsgeerig-ethische theoriëen, waarin hij voor velen zoo vaak ergerniswekkend propheterig deed en doet, zoo dramatisch-kruisdragerig 't gehoonde slachtoffertje speelt, en, naar het schelle oordeel van men, altijd leentjebuur spelend bij groote, oorspronkelijke denkers, zijn levensleer met allerlei bijsmaakjes van oostersch ascetisme kruidt, praktisch zijn beginselen logenstraffend in gemoedsreinen.... schijn; om dan plots zijn draai te nemen naar 'n ander uiterste, altijd zijn glaasje op den valreep klaar, de snel-wisselen-de inzichten een leergierig af scheids-speech je toeklinkend. Allengskens, door de felste ziels-schending van Van Deyssel voorgegaan, werd dat het oordeel der toongevers, waaronder helaas