OVER FREDERIK VAN EEDEN 197
soms ontactisch, soms ijdeltuitig, maar meestal toch, gekweld door moedwillig, sarrend misverstaan. Het werd vaak een doorloopend verval-schen van zijn woord, zoo miserabel dat zelfs een hoogere natuur als Van Eeden er niet tegen opgewassen bleek. Want iedere toelichting werd weer, volgens hetzelfde vermink-systeem, omgekanteld, bij brokken, en buiten verband met de hoofdbedoeling losgerafeld. Telkens speurdet ge een venijnig uitschakelen van de sprekendste en kenmerkendste bizonderheden. 't Bleef in woord en wederwoord, een half-bedekken en ver-toonen, een wanstaltig verzwakken van het goede, zuivere, een fel en onstuimig in zijn zwaktasten en aandikken van misvattingen, een zoo valschgiftig mengen van waarheid en leugen, dat 't mij stuitender leek dan de brutaalste negatie of, met lievigheidjes geborduurde adjectieven van enkele hoog-rangsche vrienden en kweelende vereerders. Nu mag vrijelijk de gescherptste geest het fijnste gevoels-loofwerk uitsnijden tegen het gewauwel, iedere weerlegging zal op de, aan alle kanten uitsplinterende verwarringen stuk-gereten worden. Van Eeden moet hangen.
Ik heb goddank immer mijn objectiviteit jegens dezen fijnen peinzer, diepen voeler en droomer, jegens dezen soms prachtigen taal-plasticus en zwaarmoedigen visioenair bewaard, al sta ik