OVER FREDERIK VAN EEDEN 189
kende snaphanen. Deze geweldenaars kunnen alevel haken slaan als de sluwste en schuwste haas, koddig zijsprongen maken, wanneer ze zélf hun huid maar in 't gevaar voelen.
Een gelijksoortig slachtoffer in de schilderkunst als Van Eeden in de literatuur, is Jan Toorop. Nü nog wordt vaak zijn kunstenaarspersoonlijkheid als een dandy, een onontroerd virtuoos, voorgesteld, door — natuurlijk! — van zielsgevoel overdruipende schoolmeesters-nuchterlingen en kwasterige pedantj es, in hun ,,arbeid" zelf uitgedord en bestoft als een foliant, in donkersten bibliotheek-hoek wegkwijnend en door de muizen aangevreten. Nü nog wordt hij vuns bekrauweld en met aanmerkingen over-kropen door allerlei kunstgeleerderige vitters, die, met hun klein, verschrompeld intellect, als hansworsterige betweters en pilaarbijters, zelfs zijn schoenriemen niet verdienen vast te snoeren. Ze monkelen stiekem onder elkaar ׳ over hun dolheidjes en dieshalve verklaren zij hem tot lijk. Zoo was 't ook vroeger.
Op het moment dat Toorop's geest, diep gevoel en hoog verbeeldingsleven door een kenner als Jan Veth naar vele kanten doorschouwd en in groote bewondering gekarakteriseerd werd, door fijnzinnige critici als Maria Viola, door Van Deyssel, Marius e. a. met geestdrift beoor-