190 STUDIËN
critisch bedrijf zijn uiterste grens bereikt heeft en ge uw ziel voelt ópgestooten naar een protest van algemeenen aard.
Aj leukerts, daar kunt ge uw voordeel mee doen! Het flikkeren van een rapier wekt altijd uitdagende gewaarwordingen. Ge verwisselt uw slaapmuts voor strijdhelm en laat den vederbos wapperen als op het beroemd oleographie-af-scheid van Hector en Andromache. Ge damneert vóór ge iets hoort, ge brult dat de longen dreigen te springen, want daar gaat weer een onnoozele hals het vat der Danaïden vullen.
Critiek in den discant!
Frederik van Eeden is een slachtoffer, reeds jaren en dagen, van allerlei critisch gespuis. Al zijn woorden en fijnste bedoelingen worden valsch verdraaid door gekukkel en gekakel van drieste afmakers en dichterziel-schenners. Uit het gedruisch en geraas hoort ge één immer doordreunenden grondtoon: Van Eeden moét hangen!
Hij is zoo langzamerhand geworden kwispedoor van ieder die wat kriebeligs op zijn longen heeft. Men begluurt hem zoo minnetjes als het ver-troeteld-literaire schoothondje der dames, met zijn beverige broosheid en teeder velletje altijd de warme adoratie-hoekjes opsnuffelend. En wat vurige liefhebbers schieten los en doen de zweep knallen als vuurroer-schoten en vlam-vervon-